Column
Bas, een 8- jarige altijd kwispelende labrador retriever, had al een tijd last van zijn achterhand.
Tijdens het lopen had Bas de neiging om na ca. 10 min te gaan slepen en steeds langzamer te gaan lopen. Hij was duidelijk startstijf en in het weekend meenemen naar het strand was al iets wat ze het laatste jaar niet meer deden. Want je bent labrador en altijd in voor een lolletje en spijkerhard. Strand is synoniem voor door het zand rennen, springen in zee en als een idioot achter een bal of stok aan gaan. Dat je dan de volgende ochtend niet meer uit je mand kan komen is een ander probleem. Dus maar niet meer naar het strand, met als gevolg minder bewegen wat ook nog eens dik maakt bij een retriever met een gezonde trek. Het baasje gaf Bas al minder voer, maar afvallen ho maar. Hoe minder voer hij thuis kreeg, hoe meer hij zijn neus achterna ging om weggegooide boterhammen op te sporen. Typerend voor een slimme labrador; "ik heb een goede neus en ben altijd sneller dan het baasje als ik iets lekkers vind".
Bas was eerst met medicijnen, Metacam, behandeld. Het lopen ging wel iets verder en hij was actiever omdat hij minder pijn had. Daar de dierenarts niet helemaal tevreden was adviseerde zij dierfysiotherapie voor Bas vanwege de stijfheid en slechte belasting van de achterhand. Aangezien een labrador gemiddeld 10-12 jaar kan worden vond de dierentarts Bas nog te vitaal om deze klacht niet beter te behandelen. Want als de spierkracht verder zou afnemen zou de klacht nog meer verergeren.
Bij dierfysiotherapeutisch onderzoek was het meest opvallend dat Bas met een bolle rug vierkant liep, minder bespiering op zijn achterhand had en het meest op zijn voorpoten leunde. Met vierkant lopen bedoel ik dat deze honden weinig meer hun achterpoten strekken, met een stijve rug lopen en nauwelijks kunnen draven. In draf hoorde je af en toe een nagel krassen over de tegels. De dierenarts had röntgenfoto's van de heupen en lage rug gemaakt waaruit
 

 


bleek dat Bas spondylosis en arthrose van beide heupen had.
Spondylosis zijn botwoekeringen, die aan de voorzijde van de wervels groeien en op de röntgenfoto op papegaaienbekken lijken. Soms kunnen deze haken zo groot zijn dat zich een brug vormt van de ene wervel naar de andere. En hier krijg je dan een stijve rug van. De combinatie slijtage van de heupen en spondylosis maakte het dat Bas steeds langzamer ging lopen, minder kon draven en stijver werd. Doordat hij minder goed kon draven waren zijn broekspieren ook fors afgenomen en had hij veel te weinig spierkracht. Hier leest u ook de oplossing van het probleem. Maar hoe kun je broekspieren trainen als je lage rug en heupen pijn doen? Middels dierfysiotherapie dus. Na het onderzoek zijn we gestart met fysiotherapie 1x per week in een periode van 1 maand. Allereerst zijn we de pijnpunten van heup en lage rug gaan behandelen met massage, fricties, magneetveld en ultrageluidtherapie. Het baasje van Bas is aan het werk gezet om dagelijks de pijnlijke rugspieren te masseren en oefeningen te doen met de heupen. Na 2 weken liep Bas met een minder stijve rug en meer schwung in de beweging. Door mobilisaties van het bekken wordt ruimte gemaakt om weer te kunnen draven. Opdracht in de 3e week voor de eigenaar was korte stukjes aan de riem te gaan draven, allereerst hardlopend, in de 4e week naast de fiets. Gelukkig hield Bas van zwemmen zodat dit geen vervelende huiswerkoefening was. De dierfysiotherapie is afgebouwd naar 1x per 2 weken gedurende de volgende maand.
Na 6 behandelingen dierfysiotherapie kan Bas weer draven wat verder getraind wordt door het baasje. Want rust roest. Over 1 maand komt Bas nog ter controle of het looppatroon goed blijft gaan. Nu mag u uitrekenen wat goedkoper is: 6 behandelingen dierfysiotherapie of de komende jaren Metacam, Rimadyl of andere pijnstillers elke dag. En over bijwerkingen van medicijnen op de lange duur heb ik het maar niet.
home